| Terug |
•• “overeenkomst”:
elke overeenkomst ter zake van de levering van goederen en/of diensten
en/of de uitvoering van werken, die tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer
tot stand komt, elke aanvulling daarop en/of wijziging daarin, alsmede
alle (rechts)handelingen ter voorbereiding (waaronder de aanvraag van de
opdrachtgever en de offerte van de opdrachtnemer) en ter uitvoering daarvan.
•
“levering van goederen”: alle werkzaamheden en diensten, die
verband houden met de levering van goederen, voor zover deze niet vallen
onder “uitvoering van werken”.
•
“uitvoering van werken”: het uitvoeren van werkzaamheden, waaronder
het tot stand brengen van een stoffelijk werk, en/of het verrichten van
diensten, al dan niet gepaard gaande met de levering van goederen, niet
zijnde een arbeidsovereenkomst.
•
“hoofdaannemingsovereenkomst”: de overeenkomst tussen de opdrachtgever
en diens principaal.
•
“principaal”: de opdrachtgever volgens de hoofdaannemingsovereenkomst.
1.2 Indien de overeenkomst specifiek betrekking heeft op de levering van
goederen is naast het bepaalde in het algemeen gedeelte het bepaalde in
het bijzonder gedeelte inkoopvoorwaarden (onderdeel A) toepasselijk.
1.3 Indien de overeenkomst betrekking heeft op uitvoering van werken is
naast het bepaalde in het algemeen gedeelte het bepaalde in het bijzonder
gedeelte onderaannemingsvoorwaarden (onderdeel B) toepasselijk.
Artikel 2: Offerte
1. De offerte wordt schriftelijk uitgebracht, behoudens spoedeisende
omstandigheden.
2. In de schriftelijke offerte wordt onder meer aangegeven:
a) de plaats van het werk;
b) een omschrijving van het werk;
c) volgens welke tekeningen, technische omschrijvingen, ontwerpen en
berekeningen het werk zal worden uitgevoerd;
d) het tijdstip van aanvang van het werk;
e) de termijn waarbinnen het werk zal worden opgeleverd;
f) de prijs van het in de offerte omschreven werk, de omzetbelasting
daarin niet begrepen. De aannemer vermeldt in de offerte afzonderlijk
het bedrag van de verschuldigde omzetbelasting;
g) of betaling van de aannemingssom in termijnen zal plaatsvinden;
h) of op het werk een risicoregeling van toepassing zal zijn, en zo ja
welke;
i) of met stelposten rekening is gehouden, en zo ja met welke;
j) of hoeveelheden verrekenbaar zullen zijn, en zo ja welke;
k) de toepasselijkheid van deze algemene voorwaarden op de offerte en
op de daaruit voortvloeiende aannemingsovereenkomst.
3. De termijn waarbinnen het werk zal worden opgeleverd wordt bepaald
door hetzij een bepaalde dag, hetzij een aantal werkbare werkdagen te
noemen.
4. De offerte wordt gedagtekend en geldt ingaande die dag gedurende dertig
dagen.
5. De offerte dient vergezeld te gaan van:
a) een exemplaar van deze algemene voorwaarden;
b) een exemplaar van de in de offerte van toepassing verklaarde risicoregeling.
6. Tekeningen, technische omschrijvingen, ontwerpen en berekeningen,
die door de aannemer of in zijn opdracht vervaardigd zijn, blijven eigendom
van de aannemer. Zij mogen niet aan derden ter hand worden gesteld of
getoond met het oogmerk een vergelijkbare offerte te verkrijgen. Zij
mogen evenmin worden gekopieerd of anderszins vermenigvuldigd. Indien
geen opdracht wordt verleend dienen deze bescheiden binnen 14 dagen na
een daartoe door de aannemer gedaan verzoek franco aan hem te worden
teruggezonden.
7. Wanneer de offerte niet wordt geaccepteerd, is de aannemer gerechtigd
de kosten die gemoeid zijn met het tot stand brengen van de offerte aan
degene op wiens verzoek hij de offerte uitbracht in rekening te brengen,
indien hij dat voor het uitbrengen van de offerte heeft bedongen.
Artikel 3: Risicoregeling
Onverminderd de toepasselijkheid van een risicoregeling voor de verrekening
van wijzigingen van lonen en prijzen, blijven, ten aanzien van de opdrachtgever
die bij het sluiten van de overeenkomst niet heeft gehandeld in de uitoefening
van zijn beroep of bedrijf, kostenverhogingen die zich voordoen binnen
drie maanden na totstandkoming van de overeenkomst en het gevolg zijn
van bedoelde wijzigingen van lonen en prijzen, voor rekening van de aannemer.
Artikel 4: Verplichtingen van de opdrachtgever
1. De opdrachtgever zorgt ervoor dat de aannemer tijdig kan beschikken:
• over de voor de opzet van het werk benodigde gegevens en goedkeuringen
(zoals vergunningen, ontheffingen en beschikkingen), zo nodig in overleg
met de aannemer;
• over het gebouw, het terrein of het water waarin of waarop het werk moet
worden uitgevoerd;
• over voldoende gelegenheid voor aanvoer, opslag en/of afvoer van bouwstoffen
en hulpmiddelen;
• over aansluitingsmogelijkheden voor elektrische machines, verlichting,
verwarming, gas, perslucht en water (tenzij anders contractueel overeengekomen).
2. De benodigde elektriciteit, gas en water zijn voor rekening van de
opdrachtgever (tenzij anders contractueel overeengekomen).
3. De opdrachtgever dient ervoor te zorgen, dat door anderen uit te voeren
werkzaamheden en/of leveringen, die niet tot het werk van de aannemer
behoren, zodanig en zo tijdig worden verricht, dat de uitvoering van
het werk daarvan geen vertraging ondervindt.
ArtikeI 5: Aansprakelijkheid van de opdrachtgever
1. De opdrachtgever draagt de verantwoordelijkheid voor de door of namens
hem voorgeschreven constructies en werkwijzen, daaronder begrepen de
invloed, die daarop door de bodemgesteldheid wordt uitgeoefend, alsmede
voor de door of namens hem gegeven orders en aanwijzingen.
2. Indien bouwstoffen of hulpmiddelen, die de opdrachtgever ter beschikking
heeft gesteld, dan wel door hem zijn voorgeschreven, gebreken mochten
hebben, is de opdrachtgever aansprakelijk voor de daardoor veroorzaakte
schade.
3. De gevolgen van de naleving van wettelijke voorschriften of beschikkingen
van overheidswege die na de dag van de offerte in werking treden, komen
voor rekening van de opdrachtgever, tenzij redelijkerwijs moet worden
aangenomen dat de aannemer die gevolgen reeds op de dag van de offerte
had kunnen voorzien.
4. De opdrachtgever is aansprakelijk voor schade aan het werk als gevolg
van door hem of in zijn opdracht door derden uitgevoerde werkzaamheden
of verrichte leveringen.
5. Indien na de totstandkoming van de overeenkomst blijkt dat het bouwterrein
verontreinigd is of de uit het werk komende bouwstoffen verontreinigd
zijn, is de opdrachtgever aansprakelijk voor de daaruit voor de uitvoering
van het werk voortvloeiende gevolgen.
6. Indien de aard van het werk hiertoe aanleiding geeft, stelt de aannemer
zich voor aanvang van het werk op de hoogte van de ligging van kabels
en leidingen.
Artikel 6: Verplichtingen van de aannemer
1. De aannemer is verplicht het werk goed en deugdelijk en naar de bepalingen
van de overeenkomst uit te voeren. De aannemer dient het werk zodanig
uit te voeren, dat daardoor schade aan persoon, goed of milieu zoveel
mogelijk wordt beperkt.
2. De uitvoering van het werk moet zodanig zijn, dat de totstandkoming
van het werk binnen de overeengekomen termijn verzekerd is.
3. Het werk en de uitvoering daarvan zijn voor verantwoordelijkheid van
de aannemer met ingang van het tijdstip van aanvang tot en met de dag
waarop het werk als opgeleverd wordt beschouwd.
4. De aannemer is verplicht de opdrachtgever te wijzen op onvolkomenheden
in door of namens de opdrachtgever voorgeschreven constructies en werkwijzen
en in door of namens de opdrachtgever gegeven orders en aanwijzingen,
alsmede op gebreken in door de opdrachtgever ter beschikking gestelde
of voorgeschreven bouwstoffen en hulpmiddelen, voor zover de aannemer
deze kende of redelijkerwijs behoorde te kennen.
Artikel 7: Aansprakelijkheid van de aannemer
1. Onverminderd de aansprakelijkheid van partijen krachtens de overeenkomst
of de wet is de aannemer aansprakelijk voor schade aan het werk, tenzij
deze schade het gevolg is van buitengewone omstandigheden tegen de schadelijke
gevolgen waarvan de aannemer in verband met de aard van het werk geen
passende maatregelen heeft behoeven te nemen en het onredelijk zou zijn
de schade voor zijn rekening te doen komen.
2. De aannemer is aansprakelijk voor schade aan andere werken en eigendommen
van de opdrachtgever voor zover deze door de uitvoering van het werk
is toegebracht en te wijten is aan nalatigheid, onvoorzichtigheid of
verkeerde handelingen van de aannemer, zijn personeel, zijn onderaannemers
of zijn leveranciers.
Artikel 8: Uitvoeringsduur, uitstel van oplevering en schadevergoeding
wegens te late oplevering
1. Indien de termijn, waarbinnen het werk zal worden opgeleverd, is
uitgedrukt in werkbare werkdagen, wordt onder werkdag verstaan een kalenderdag,
tenzij deze valt op een algemeen of ter plaatse van het werk erkende,
of door de overheid dan wel bij of krachtens collectieve arbeidsovereenkomst
voorgeschreven rust- of feestdag, vakantiedag of andere niet individuele
vrije dag. Werkdagen, respectievelijk halve werkdagen, worden als onwerkbaar
beschouwd, wanneer daarop door niet voor rekening van de aannemer komende
omstandigheden gedurende ten minste vijf uren, respectievelijk ten minste
twee uren, door het grootste deel van de arbeiders of machines niet kan
worden gewerkt.
2. Als de oplevering van het werk zou moeten geschieden op een dag die
niet een werkdag is zoals omschreven in het eerste lid, geldt de eerstvolgende
werkdag als de overeengekomen dag van oplevering.
3. De aannemer heeft recht op verlenging van de termijn waarbinnen het
werk zal worden opgeleverd indien door overmacht, door voor rekening
van de opdrachtgever komende omstandigheden, of door wijziging in de
overeenkomst dan wel in de voorwaarden van uitvoering, niet van de aannemer
kan worden gevergd dat het werk + meerwerk binnen de overeengekomen termijn
wordt opgeleverd.
4. Indien de aanvang of de voortgang van het werk wordt vertraagd door
factoren, waarvoor de opdrachtgever verantwoordelijk is, dienen de daaruit
voor de aannemer voortvloeiende schade en kosten door de opdrachtgever
te worden vergoed (% meerwerk is % bouwtijdverlenging).
Artikel 9: Opneming en goedkeuring
1. Een redelijke termijn voor de dag waarop het werk naar de mening
van de aannemer voltooid zal zijn, nodigt de aannemer de opdrachtgever
schriftelijk uit om tot opneming van het werk over te gaan. De opneming
geschiedt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen acht dagen na de
hiervoor bedoelde dag. De opneming vindt plaats door de opdrachtgever
in aanwezigheid van de aannemer en strekt ertoe, te constateren of aan
de verplichtingen uit de overeenkomst is voldaan.
2. Nadat het werk is opgenomen, wordt door de opdrachtgever aan de aannemer
binnen acht dagen schriftelijk medegedeeld, of het werk al dan niet is
goedgekeurd, in het eerste geval met vermelding van de eventueel aanwezige
kleine gebreken als bedoeld in het zesde lid, in het laatste geval met
vermelding van de gebreken, die de reden voor onthouding van de goedkeuring
zijn. Wordt het werk goedgekeurd, dan wordt als dag van goedkeuring aangemerkt
de dag waarop de desbetreffende mededeling aan de aannemer is verzonden.
3. Wordt niet binnen acht dagen na de opneming een schriftelijke mededeling
of het werk al dan niet is goedgekeurd, aan de aannemer verzonden, dan
wordt het werk geacht op de achtste dag na de opneming te zijn goedgekeurd.
4. Geschiedt de opneming niet binnen acht dagen na de in het eerste lid
bedoelde dag, dan kan de aannemer bij aangetekende brief een nieuwe aanvrage
tot de opdrachtgever richten, met verzoek het werk binnen acht dagen
op te nemen. Voldoet de opdrachtgever niet aan dit verzoek, dan wordt
het werk geacht op de achtste dag na de in het eerste lid bedoelde dag
te zijn goedgekeurd. Voldoet de opdrachtgever wel aan dit verzoek, dan
vinden het tweede en derde lid overeenkomstige toepassing.
5. Het werk wordt geacht te zijn goedgekeurd indien en voor zover het
in gebruik wordt genomen. De dag van ingebruikneming van het werk of
een gedeelte daarvan geldt als dag van goedkeuring van het werk of van
het desbetreffende gedeelte.
6. Kleine gebreken, die gevoeglijk in de onderhoudstermijn kunnen worden
hersteld, zullen geen reden tot onthouding van goedkeuring mogen zijn,
mits zij een eventuele ingebruikneming niet in de weg staan.
7. Met betrekking tot een heropneming, na onthouding van goedkeuring,
vinden de bovenvermelde bepalingen opnieuw plaats.
Artikel 10: Oplevering
1. Het werk wordt als opgeleverd beschouwd, indien het overeenkomstig
artikel 8 is of geacht wordt te zijn goedgekeurd. De dag, waarop het
werk is of geacht wordt te zijn goedgekeurd, geldt als dag waarop het
werk als opgeleverd wordt beschouwd.
Artikel 11: Aansprakelijkheid na oplevering
1. Na het verstrijken van de onderhoudstermijn is de aannemer niet meer
aansprakelijk voor tekortkomingen aan het werk m.u.v. verborgen gebreken
art. 12-2 UAV.
Artikel 12: Bouwstoffen
1. Alle te verwerken bouwstoffen moeten van goede hoedanigheid zijn,
geschikt zijn voor hun bestemming en voldoen aan de gestelde eisen.
2. De uit het werk komende bouwstoffen, waarvan de opdrachtgever heeft
verklaard dat hij ze wenst te behouden, dienen door hem van het werk
te worden verwijderd.
3. Voor de aangevoerde bouwstoffen draagt de opdrachtgever het risico
voor aanvang van het werk van verlies en/of beschadiging vanaf het moment
waarop zij op het werk zijn aangevoerd gedurende de tijd dat deze daar
buiten de normale werktijden onder toezicht van de opdrachtgever verblijven.
Artikel 13: Meer- en minderwerk
1. Verrekening van meer en minder werk vindt plaats:
a) ingeval
van wijzigingen in de overeenkomst dan wel de voorwaarden van uitvoering;
b) ingeval van afwijkingen van de bedragen van de stelposten;
c) ingeval van afwijkingen van verrekenbare hoeveelheden.
2. Stelposten
zijn in de overeenkomst genoemde bedragen, die in de aannemingssom zijn
begrepen en die bestemd zijn voor hetzij:
• het aanschaffen van bouwstoffen,
• het aanschaffen van bouwstoffen en het verwerken daarvan
• het verrichten van werkzaamheden, welke op de dag van de overeenkomst
onvoldoende nauwkeurig zijn bepaald en welke door de opdrachtgever nader
moeten worden ingevuld. Ten aanzien van iedere stelpost wordt in de overeenkomst
vermeldt waarop deze betrekking heeft.
3. Bij de ten laste van stelposten te brengen uitgaven wordt gerekend
met de aan de aannemer berekende prijzen respectievelijk de door hem
gemaakte kosten, te verhogen met een aannemersvergoeding van 10%. Indien
minderprijs van toepassing is, dan 10% verlagen.
4. Indien een stelpost uitsluitend betrekking heeft op het aanschaffen
van bouwstoffen, zijn de kosten van het verwerken daarvan in de aannemingssom
begrepen en worden deze niet afzonderlijk verrekend. Deze kosten zullen
echter worden verrekend ten laste van de stelpost, waarop de aanschaffing
van die bouwstoffen wordt verrekend, voor zover zij door de invulling
die aan de stelpost wordt gegeven hoger zijn dan die waarmee de aannemer
redelijkerwijs rekening heeft moeten houden, zie art. 37-6 UAV.
5. Indien een stelpost betrekking heeft op het aanschaffen van bouwstoffen
en het verwerken daarvan, zijn de kosten van verwerking niet in de aannemingssom
begrepen en worden deze afzonderlijk ten laste van de stelpost verrekend.
6. Indien in de overeenkomst verrekenbare hoeveelheden zijn opgenomen,
en deze hoeveelheden te hoog of te laag blijken om het werk tot stand
te brengen, zal verrekening plaats vinden van de uit die afwijking voortvloeiende
meer of minder kosten.
Artikel 14: Betaling in termijnen
1. Indien betaling in termijnen is overeengekomen, zendt de aannemer
telkens bij of na het verschijnen van een betalingstermijn de desbetreffende
termijnfactuur aan de opdrachtgever toe. De door de opdrachtgever aan
de aannemer verschuldigde omzet belasting wordt afzonderlijk vermeld.
2. Betaling van een termijn dient plaats te vinden uiterlijk 14 dagen
na de dag waarop de aannemer de termijnfactuur aan de opdrachtgever heeft
toegezonden.
3. Betaling van de eindafrekening dient plaats te vinden vóór
oplevering.
Artikel 15: Eindafrekening
1. Binnen een redelijke termijn voor de oplevering dient de aannemer
de eindafrekening in.
2. De eindafrekening biedt een volledig overzicht van al hetgeen partijen
over en weer ingevolge de overeenkomst verschuldigd zijn en waren. In
de eindafrekening wordt daartoe onder meer opgenomen:
• de aannemingssom
• een specificatie van het meer en minder werk
• een specificatie van al hetgeen partijen overigens op grond van de overeenkomst
van elkaar te vorderen hebben en hadden.
3. Het bedrag van de eindafrekening wordt gevormd door op het saldo,
voortvloeiend uit het in het vorige lid bedoelde overzicht, hetgeen reeds
is betaald in mindering te brengen. De berekening van de door de opdrachtgever
aan de aannemer te vergoeden omzetbelasting geschiedt afzonderlijk.
Artikel 16: In gebreke blijven van de opdrachtgever
1. Indien de opdrachtgever met de betaling van hetgeen hij ingevolge
de overeenkomst aan de aannemer verschuldigd is in gebreke blijft, is
hij daarover met ingang van de vervaldag de wettelijke rente verschuldigd.
Indien na verloop van 14 dagen na de vervaldag nog geen betaling heeft
plaatsgevonden, wordt het in de voorgaande zin bedoelde rentepercentage
met 2 verhoogd.
2. Indien de opdrachtgever niet tijdig betaalt, is de aannemer gerechtigd
tot invordering van het verschuldigde over te gaan, mits hij de opdrachtgever
schriftelijk heeft aangemaand om alsnog binnen 7 dagen te betalen en
die betaling is uitgebleven. Indien de aannemer tot invordering overgaat,
zijn de daaraan verbonden buitengerechtelijke kosten voor rekening van
de opdrachtgever.
3. Indien de opdrachtgever een termijn niet tijdig betaalt, is de aannemer
gerechtigd het werk stil te leggen tot het moment waarop de verschuldigde
termijn is voldaan, mits hij de opdrachtgever schriftelijk heeft aangemaand
om alsnog binnen 7 dagen te betalen en die betaling is uitgebleven. Het
in de vorige zin bepaalde laat onverlet het recht van de aannemer op
vergoeding van schade, kosten en interesten.
4. Indien gedurende het op grond van het vorige lid stilleggen van het
werk schade aan het werk ontstaat, komt deze niet voor rekening van de
aannemer, mits hij de opdrachtgever tevoren schriftelijk heeft gewezen
op dit aan het stilleggen verbonden gevolg.
Artikel 17: In gebreke blijven van de aannemer
1. Indien de aannemer zijn verplichtingen ter zake van de aanvang of
de voortzetting van het werk niet nakomt en de opdrachtgever hem in verband
daarmee wenst aan te manen, zal de opdrachtgever hem schriftelijk aanmanen
om zo spoedig mogelijk de uitvoering van het werk aan te vangen of voort
te zetten.
Artikel 18: Gewijzigde uitvoering
Indien tijdens de
uitvoering van het werk blijkt, dat het werk of een onderdeel daarvan
door onvoorziene omstandigheden slechts gewijzigd kan
worden uitgevoerd, treedt de partij die het eerst met deze omstandigheid
bekend wordt in overleg met de andere partij. De aannemer wijst de opdrachtgever
daarbij op de financiële en tijdgebonden consequenties. Een overeengekomen
gewijzigde uitvoering wordt als meer en minder werk verrekend.
Artikel 19: Onmogelijkheid van uitvoering
Indien de uitvoering van het werk onmogelijk wordt doordat de zaak waarop
of waaraan het werk moet worden uitgevoerd tenietgaat of verloren raakt
zonder dat dit aan de aannemer kan worden toegerekend, is deze gerechtigd
tot een evenredig deel van de overeengekomen prijs op grondslag van de
verrichte arbeid en gemaakte kosten.
Artikel 20: Geschillen
1. Voor de beslechting van de in dit artikel bedoelde geschillen doen
partijen afstand van hun recht deze aan de gewone rechter voor te leggen,
behoudens ingeval van het nemen van conservatoire maatregelen en de voorzieningen
om deze in stand te houden en behoudens de in het derde lid omschreven
bevoegdheid.
2. Alle geschillen - daaronder begrepen die, welke slechts door een der
partijen als zodanig worden beschouwd - die naar aanleiding van deze
overeenkomst of van de overeenkomsten die daarvan een uitvloeisel zijn,
tussen opdrachtgever en aannemer mochten ontstaan, worden beslecht door
arbitrage overeenkomstig de regelen beschreven in de statuten van de
Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven in Nederland, zoals deze drie
maanden voor het tot stand komen van de overeenkomst luiden.
3. In afwijking van het tweede lid kunnen geschillen, welke tot de competentie
van de kantonrechter behoren, ter keuze van de meest gerede partij ter
beslechting aan de bevoegde kantonrechter worden voorgelegd.
|